Schuimblusser

 

Er wordt in de praktijk steeds vaker gebruik gemaakt van zogenaamde (sproei)schuimblussers omdat deze blussers zeer gebruikersvriendelijk en effectief zijn.


Schuimblussers zijn gevuld met een water-schuimmengsel of hebben een schuimpatroon dat bij het activeren van de blusser met het water wordt ge­mengd. Toevoeging van een schuim­vormend middel (AFFF, Aqueous Film Forming Foam) aan water zorgt voor een aanzienlijke verhoging van de bluscapaciteit op vaste stof branden omdat hierdoor de oppervlaktespanning van het water omlaag wordt gebracht. De blusstof kan hierdoor beter in de kern van de brand doordringen.

Bovendien produceert dit zogenaamde filmvormend schuim een waterfilm over een brandende, niet in water oplosbare vloeistof waardoor uitdamping hiervan wordt voorkomen en de brand wordt gedoofd.
Herontsteking is nagenoeg niet mogelijk.

Door bij de sproeischuimblusser gebruik te maken van een speciale sproeinozzle (straalpijp) wordt het water­schuim mengsel vernevelt in zeer kleine druppels waardoor de blusstraal niet elektrisch geleidend is.
De sproeischuimblusser kan daarom ook gebruikt worden voor het blussen van onder spanning staande apparatuur.

De nevenschade van deze blusser is nihil omdat geblust wordt met water waaraan een zeepstof is toegevoegd hetgeen juist een reinigende werking heeft (niet toxisch, enigszins corrosief).

Een schuimblusser met AFFF is niet geschikt voor het blussen van alcoholen. Hiervoor bestaat een blusser met een ander schuimsoort.

Een nadeel is dat de meeste schuimvullingen na 5 jaar ververst dienen te worden.